Start van de serieproductie van een icoon: de eerste VW Kever rolde 70 jaar geleden in de fabriek van Wolfsburg van de band

Start van de serieproductie van een icoon: de eerste VW Kever rolde 70 jaar geleden in de fabriek van Wolfsburg van de band

Zondag 10 januari 2016 —  

Kort na kerst 1945 begon de civiele serieproductie van de Volkswagen berline

Kort na de eerste naoorlogse kerst in 1945 rolden de eerste exemplaren van de Volkswagen Typ 1 van de band, uiteindelijk zouden er meer dan 21 miljoen geproduceerde Kevers volgen. Bij de jaarwisseling eind 1945 waren dat er echter nog maar 55. Het begin van de serieproductie verliep zeer geïmproviseerd en de situatie van schaarste in de daaropvolgende maanden bemoeilijkte de productie. De eerste voertuigen waren echter een zichtbaar teken van hoop en van een nieuwe start in de autofabriek die onder Brits toezicht stond.

Aan het einde van de oorlog in 1945 waren in totaal zo'n 630 exemplaren van de zogenaamde KdF-wagen (Kraft durch Freude) geproduceerd. De voor de productie daarvan opgerichte fabriek in het huidige Wolfsburg draaide tijdens de Tweede Wereldoorlog mee in de Duitse oorlogseconomie en produceerde vooral militaire goederen. Op 11 april 1945 werd ze door de Amerikaanse troepen bezet, in juni 1945 nam de Britse militaire regering de controle over de fabriek met ongeveer 6.000 werknemers over.

 

De 29-jarige Majoor Ivan Hirst, die net als Senior Resident Officer was aangesteld en verantwoordelijk was voor de fabriek, sleepte op 22 augustus 1945 een eerste bestelling voor 20.000 berlines in de wacht, die de fabriek en de mensen een toekomst gaf en een ontmanteling vermeed. De voertuigen waren voornamelijk bestemd voor geallieerde instellingen, maar ook om de medische dienstverlening op het platteland veilig te stellen. In 1946/47 rolden maandelijks ongeveer 1.000 voertuigen van de band. Pas na de invoering van de Duitse Mark in juni 1948 nam ook het aantal privéklanten gevoelig toe.

 

Tot op vandaag zijn de Britse wortels van Volkswagen nog merkbaar; het waren immers de Britten die de fabriek omschakelden naar de civiele productie en streng toezicht hielden op de kwaliteit van de voertuigen. Ze hechtten veel belang aan service en klantennabijheid en richtten een verdelernetwerk op dat zich al in 1948 over de drie Westerse bezettingszones uitstrekte. Met de start van de export in oktober 1947 kreeg de handel een internationaal karakter. Met de eerste ondernemingsraadverkiezingen in november 1945, nauwelijks een half jaar na het einde van de oorlog, deed de democratische inspraak zijn intrede in de fabriek. Toen de inmiddels tot 'Volkswagenwerk GmbH' omgedoopte fabriek in oktober 1949 in Duitse handen kwam, bevond de onderneming zich in een prima uitgangssituatie voor de start van het zogenaamde 'Wirtschaftswunder'.

 

"Volkswagen had het grote geluk dat de robuuste berline de Britse militaire regering hielp bij het vervullen van haar bestuurlijke opdracht en dat met Ivan Hirst ter plaatse de juiste persoon aan het roer kwam. Deze verstandige pragmaticus gaf de fabriek en het personeel een visie, door de Britse soldaten en de Duitse medewerkers in dezelfde mate te motiveren om van de stilliggende fabriek een succesvolle commerciële onderneming te maken. Hij kende de kwaliteiten van de Volkswagen berline en bracht hem op de weg", zo vat dr. Manfred Grieger, hoofd van de afdeling Historische Communicatie bij Volkswagen AG, het samen.

 

De Kever leverde een beslissende bijdrage tot de democratisering van de mobiliteit, was later in vele landen thuis en groeide uit tot een belangrijke ambassadeur voor Duitsland die wereldwijd sympathie opwekte. Op het einde werd hij nog geproduceerd in het Mexicaanse Puebla, maar in juli 2003 werd na een totaal van meer dan 21 miljoen exemplaren ook daar de productie stopgezet. Als iconische auto veroverde de Kever het hart van vele miljoenen mensen, met een silhouet dat overal herkend wordt.